De framesnelheid van een camera is de snelheid waarmee beelden door de camera kunnen worden vastgelegd. Een hoge camerasnelheid is noodzakelijk om veranderingen in dynamische beeldvorming vast te leggen en een hoge gegevensdoorvoer mogelijk te maken. Deze hoge doorvoer brengt echter wel het potentiële nadeel met zich mee dat de camera grote hoeveelheden data produceert. Dit kan bepalend zijn voor het type interface dat tussen de camera en de computer wordt gebruikt, en hoeveel dataopslag en -verwerking er nodig is. In sommige gevallen kan de framesnelheid beperkt worden door de datasnelheid van de gebruikte interface.
Bij de meeste CMOS-camera's wordt de framesnelheid bepaald door het aantal actieve pixelrijen tijdens de opname. Dit aantal kan worden verlaagd door gebruik te maken van een regio van interesse (ROI). Doorgaans is de hoogte van de gebruikte ROI omgekeerd evenredig met de maximale framesnelheid: het halveren van het aantal gebruikte pixelrijen verdubbelt de framesnelheid van de camera. Dit is echter niet altijd het geval.
Sommige camera's hebben meerdere 'uitleesmodi', die doorgaans een afweging mogelijk maken tussen een kleiner dynamisch bereik en hogere framesnelheden. Wetenschappelijke camera's hebben bijvoorbeeld vaak een 16-bits 'High Dynamic Range'-modus, waarbij een groot dynamisch bereik toegang biedt tot zowel een lage uitleesruis als een grote maximale ladingscapaciteit. Er kan ook een 12-bits 'Standard'- of 'Speed'-modus beschikbaar zijn, die tot wel twee keer de framesnelheid biedt, ten koste van een kleiner dynamisch bereik. Dit kan worden bereikt door een kleinere maximale ladingscapaciteit voor opnames bij weinig licht, of door een hogere uitleesruis voor toepassingen met veel licht waar dit geen probleem is.
2022/02/25